Waarom een nieuw pensioenstelsel?

Het pensioenstelsel in Nederland is goed geregeld. Alle inwoners hebben recht op een AOW-uitkering en vaak wordt ook nog via de werkgever aanvullend pensioen opgebouwd. Daarnaast zijn er individuele aanvullingen mogelijk, zoals lijfrentes, levensverzekeringen of koopsommen. Dit pensioenstelsel werkt al langere tijd goed. Toch zijn er afspraken gemaakt voor een nieuw pensioenstelsel. Waarom?

 

De samenleving is de laatste jaren veranderd. De demografie, economie en arbeidsmarkt zijn anders geworden. Gemiddeld worden mensen ouder. Mensen blijven niet meer hun hele werkzame periode bij dezelfde werkgever werken en kiezen er steeds vaker voor om een tijdje niet te werken. Het huidige pensioenstelsel sluit niet aan op deze veranderingen. Na bijna tien jaar overleg heeft het kabinet daarom in 2019, samen met werknemers- en werkgeversorganisaties het Pensioenakkoord gesloten met nieuwe afspraken over het pensioenstelsel. Volgens de betrokken partijen verkleint het nieuwe pensioenstelsel de kans op pensioenkortingen en wordt het pensioenstelsel transparanter, persoonlijker en toekomstbestendiger.

De belangrijkste veranderingen

Nog niet alle afspraken zijn definitief. De verwachting is dat het wetsvoorstel voor de Wet Toekomst Pensioenen begin 2022 bij de Tweede en Eerste Kamer zal worden ingediend. De beoogde ingangsdatum van de wetgeving is 1 januari 2023.

 

Pensioenopbouw bij pensioenfondsen

In het huidige pensioenstelsel betaalt de werkgever voor elke werknemer hetzelfde premiepercentage, ongeacht de leeftijd van de werknemer. Voor jongere werknemers wordt hierdoor te veel premie betaald en voor oudere werknemers juist te weinig. Een deel van de premie voor jongere werknemers gaat naar het pensioen van de oudere werknemers. Deze zogenoemde doorsneepremie met een vast opbouwpercentage wordt in het nieuwe pensioenstelsel afgeschaft. De premie blijft leeftijdsonafhankelijk, maar de opbouw wordt wel leeftijdsafhankelijk. Een jongere werknemer krijgt bij inleg van dezelfde premie een hoger pensioen dan een oudere werknemer.

 

Pensioenopbouw bij pensioenuitvoerders

Bij een groot gedeelte van de pensioenregelingen die bij pensioenuitvoerders zijn ondergebracht, wordt voor jongere werknemers een lager premiepercentage betaald dan voor oudere werknemers. In het nieuwe pensioenstelsel is een leeftijdsafhankelijke premie niet langer toegestaan. De beschikbare premie dient voor alle werknemers een gelijk percentage te zijn. Bestaande werknemers kunnen in sommige gevallen gebruik maken van het overgangsrecht.

 

AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd gaat minder snel stijgen dan in 2016 was beoogd. Zo is de AOW-leeftijd in 2022 aangepast naar 66 jaar en 7 maanden, in 2023 naar 66 jaar en 10 maanden en in 2024 en 2025 naar 67 jaar in plaats van de in 2016 beoogde 67 jaar en 3 maanden.

Andere belangrijke veranderingen

Duidelijker en beweeglijker

Het wordt voor werknemers die pensioen opbouwen bij een bedrijfstakpensioenfonds duidelijker hoeveel vermogen zij opbouwen en welk aandeel zij zelf hebben in het totale pensioenkapitaal. Daarnaast zijn de pensioenuitkeringen in het nieuwe pensioenstelsel beweeglijker. Het pensioen gaat omlaag als het economisch slechter gaat en gaat omhoog als het economisch beter gaat.

 

Nabestaandenpensioen

Het partner- en wezenpensioen worden overzichtelijker. In het nieuwe pensioenstelsel wordt het partnerpensioen altijd berekend als een percentage van het salaris. De hoogte is dus niet langer afhankelijk van de (toekomstige) diensttijd bij een werkgever. Ook wordt er geen rekening meer gehouden met een AOW-franchise. Het percentage bedraagt maximaal 50% van het salaris en mag dus ook lager zijn.

 

Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering

Er komt een wettelijke verzekeringsplicht voor het arbeidsongeschiktheidsrisico voor zelfstandigen. Daarnaast wordt op dit moment nog onderzocht hoe ZZP’ers makkelijker voor hun pensioen kunnen sparen.

 

Vervroegd uittreden

Werkgevers met een regeling om werknemers betaald eerder met pensioen te laten gaan (een zogenoemde RVU-regeling), moeten nu nog een boeteheffing over die vergoeding betalen. Met de nieuwe afspraken kunnen deze werkgevers een dergelijke regeling tijdelijk zonder boeteheffing aanbieden. De regeling mag maximaal drie jaar vóór de AOW-leeftijd ingaan en geldt tijdelijk, tot en met 31 december 2025.

Wanneer gaat de wetgeving rond het Pensioenakkoord in?

Begin 2021 is de eerste conceptversie van de wetgeving publiekelijk gemaakt. Naar aanleiding van de reacties op dit concept, bereidt het demissionaire kabinet een wetsvoorstel voor om de huidige wetgeving aan te passen. De verwachting is dat het wetsvoorstel in het voorjaar van 2022 bij de Eerste en Tweede Kamer zal worden ingediend. Als beide Kamers met het wetsvoorstel instemmen, is de verwachting dat de nieuwe regels voor alle pensioenregelingen vanaf 1 januari 2023 gaan gelden. De eerste mijlpaal is 1 januari 2025. Dan moet iedere werkgever een transitieplan hebben opgesteld. Uiterlijk 31 december 2026 moeten alle pensioenregelingen voldoen aan de nieuwe wetgeving. De transitie naar een nieuwe pensioenregeling moet zorgvuldig gebeuren. Voor werknemers waarvoor de overgang nadelig zal zijn, zal mogelijk een compensatie volgen of kunnen er speciale afspraken worden gemaakt.

Heeft u een vraag? Wij zijn u graag van dienst!

    Heeft u een vraag? Wij zijn u graag van dienst!