Het Pensioenakkoord voor werknemers

De Wet Toekomst Pensioenen vloeit voort uit het Pensioenakkoord. Wat betekent het Pensioenakkoord voor u? Werknemers lijken niet echt bezig te zijn met het Pensioenakkoord. De meerderheid van de Nederlanders heeft er wel eens van gehoord, maar weet er eigenlijk weinig vanaf. Als wij aan een groep werknemers hun bruto inkomen vragen, weet iedereen hier antwoord op te geven. Als wij echter vragen naar de hoogte van het toekomstige pensioeninkomen weet (bijna) niemand het juiste bedrag te noemen. Wist u dat de huidige (2021) bruto AOW-uitkering voor gehuwden c.q. samenwonenden € 889,70 per persoon per maand is?

Het Pensioenakkoord raakt iedereen die pensioen opbouwt. Het doel van de sociale partners is dat het pensioenstelsel transparanter, persoonlijker, flexibeler en toekomstbestendiger wordt. Als werknemer krijgt u meer invloed op en verantwoordelijkheid over uw verwachte pensioenuitkering voor later. Het is dan ook van belang vroegtijdig informatie in te winnen over het huidige pensioenstelsel, de invloed van het Pensioenakkoord en voornamelijk uw toekomstige financiële situatie.

Het huidige pensioenstelsel

Pensioen betekent geld voor later, geld bij arbeidsongeschiktheid en geld voor uw nabestaanden als u onverhoopt komt te overlijden. De manier waarop in Nederland het pensioen is geregeld, wordt het pensioengebouw genoemd. Dit pensioengebouw bestaat uit drie pijlers: pensioen van de overheid, pensioen via de werkgever en privé aanvullingen.

 

Pijler 1: Pensioen van de overheid

Elke Nederlander bouwt ieder jaar 2% van zijn of haar te bereiken AOW op. De opbouw van uw AOW begint vijftig jaar voor uw AOW-leeftijd. Bent u alle jaren verzekerd geweest voor de AOW? Dan krijgt u de volledige AOW-uitkering. De volledige AOW-uitkering is bruto € 1.301,43 per persoon per maand als u alleen woont en € 889,70 per persoon per maand als u samenwoont (bedragen in 2021).

Naast dit basispensioen zijn er nog andere situaties waarbij de overheid pensioen uitkeert. Bijvoorbeeld bij arbeidsongeschiktheid en bij overlijden. In het laatste geval ontvangen uw nabestaanden maandelijks een bedrag.

 

Pijler 2: Pensioen via de werkgever

De meeste werknemers in Nederland bouwen pensioen op via de werkgever. Vaak is de werkgever verplicht om het pensioen onder te brengen bij een bedrijfstakpensioenfonds (bpf). Als dit niet het geval is, kan een werkgever een collectieve regeling voor haar werknemers onderbrengen bij een pensioenuitvoerder. Vaak betalen zowel werkgever als werknemer hiervoor een deel van de pensioenpremie. De pensioenrechten zijn afhankelijk van het salaris en het aantal dienstjaren bij uw werkgever. Het is ook mogelijk dat u helemaal geen werkgeverspensioen opbouwt.

Naast het zogenoemde oudedagspensioen wordt in een collectieve pensioenregeling ook vaak een nabestaandenpensioen (partner- en wezenpensioen) en een dekking bij arbeidsongeschiktheid verzekerd.

 

Pijler 3: Privé aanvullingen

Voor deze laatste pijler bent u zelf verantwoordelijk. Als u van mening bent dat het pensioen van de overheid (AOW) en het werkgeverspensioen niet voldoende is om de gewenste levensstijl voort te zetten, kunt u zelf uw pensioen aanvullen. Dit is niet verplicht, maar kan wel verstandig zijn. Denk hierbij aan lijfrentesparen, een spaarrekening, een beleggingsrekening, overwaarde van de woning en/of een erfenis.

Dit betekent het Pensioenakkoord voor werknemers

Veel Nederlanders zijn nog onbekend met de inhoud en de gevolgen van het Pensioenakkoord. Door de vele negatieve berichten in de media verwachten veel mensen dat het Pensioenakkoord negatieve gevolgen voor hen heeft. Hoe meer men over het Pensioenakkoord weet, hoe vaker men denkt dat dit positieve gevolgen heeft. Daarom volgt hieronder meer informatie over wat wel en niet gaat veranderen.

 

Het pensioengebouw verandert niet

Het pensioengebouw blijft hetzelfde. U bent zeker van een levenslang pensioen van de overheid (AOW). Ook als het slecht gaat met de economie of als u ouder wordt dan gemiddeld. Daarnaast kunt u als werknemer nog steeds pensioen opbouwen via uw werkgever. Ook in de derde pijler kunt u straks nog steeds uw pensioen aan blijven vullen.

 

AOW-leeftijd stijgt minder snel (pijler 1)

De leeftijdsopbouw in Nederland verandert. Gemiddeld wordt iedereen ouder met de toenemende vergrijzing als gevolg. Hierdoor betalen steeds minder werkende mensen de AOW-uitkering voor steeds meer ouderen. Om de AOW betaalbaar te houden is de AOW-leeftijd sinds 1 januari 2013 verhoogd en is de stijging gekoppeld aan de levensverwachting. In het Pensioenakkoord is afgesproken dat de AOW-leeftijd minder snel gaat stijgen dan in 2016 was beoogd. Zo is de AOW-leeftijd in 2022 aangepast naar 66 jaar en 7 maanden, in 2023 naar 66 jaar en 10 maanden en in 2024 en 2025 naar 67 jaar in plaats van de in 2016 beoogde 67 jaar en 3 maanden. Vanaf 2026 stijgt de AOW-leeftijd verder, waarbij één jaar langer leven een uitstel van de AOW-startdatum van 8 maanden gaat betekenen.

 

Meer keuzes en verantwoordelijkheden (pijler 2)

Het Pensioenakkoord moet het pensioenstelsel transparanter, persoonlijker en toekomstbestendiger maken. Werknemers krijgen meer verantwoordelijkheid over hun eigen pensioensituatie en krijgen meer invloed op het te bereiken pensioen. Daarnaast is er straks meer maatwerk mogelijk. Zo kunt u straks bijvoorbeeld op de pensioendatum eenmalig een bedrag van maximaal 10% van uw opgebouwde pensioenkapitaal in één keer opnemen om vrij te besteden. U betaalt over de eenmalige opname wel belasting. Met het netto ontvangen bedrag kunt u bijvoorbeeld uw schulden aflossen, gaan reizen of uw woning verbouwen.

 

Dezelfde pensioenpremie (pijler 2)

Door het Pensioenakkoord moeten alle pensioenregelingen in Nederland worden aangepast. Dat heeft gevolgen voor alle werknemers die pensioen opbouwen. Zo is straks alleen nog een beschikbare premieregeling met een gelijk premiepercentage voor alle leeftijden mogelijk. Dit betekent dat iedereen binnen dezelfde pensioenregeling met hetzelfde salaris evenveel premie inlegt. De leeftijd van de werknemer maakt daarbij straks niet meer uit. Een jonge werknemer heeft een langere belegginshorizon en behaalt naar verwachting met dezelfde inleg uiteindelijk wel meer rendement dan een oudere werknemer. Vooral voor werknemers tussen de 40 en 55 jaar kan dit nadelig uitpakken. Er wordt dan ook gekeken naar compensatiemogelijkheden voor deze groep. Uw werkgever kan mogelijk ook gebruik maken van een overgangsrecht waardoor u (nagenoeg) dezelfde pensioenregeling behoudt.

Laat u goed informeren

De meeste werknemers zijn zich onvoldoende bewust van hun huidige en toekomstige financiële positie. Veelal weten werknemers niet of de huidige levensstijl na de pensioendatum voortgezet kan worden. Of er voldoende pensioenkapitaal wordt opgebouwd voor later. Bewustzijn begint met inzicht en overzicht in uw eigen financiële situatie. Schakel bijvoorbeeld een eigen adviseur in of een adviseur via uw werkgever. Kijk ook eens op www.mijnpensioenoverzicht.nl en verdiep u in uw financiële plaatje van nu én voor later.

 

Wanneer gaat de wetgeving rond het Pensioenakkoord in?

Begin 2021 is de eerste conceptversie van de wetgeving publiekelijk gemaakt. Naar aanleiding van de reacties op dit concept, bereidt het demissionaire kabinet een wetsvoorstel voor om de huidige wetgeving aan te passen. De verwachting is dat het wetsvoorstel in het voorjaar van 2022 bij de Eerste en Tweede Kamer zal worden ingediend. Als beide Kamers met het wetsvoorstel instemmen, is de verwachting dat de nieuwe regels voor alle pensioenregelingen vanaf 1 januari 2023 gaan gelden. De eerste mijlpaal is 1 januari 2025. Dan moet iedere werkgever een transitieplan hebben opgesteld. Uiterlijk 31 december 2026 moeten alle pensioenregelingen voldoen aan de nieuwe wetgeving. De transitie naar een nieuwe pensioenregeling moet zorgvuldig gebeuren. Voor werknemers waarvoor de overgang nadelig zal zijn, zal mogelijk een compensatie volgen of kunnen er speciale afspraken worden gemaakt.

Heeft u een vraag? Wij zijn u graag van dienst!

    Heeft u een vraag? Wij zijn u graag van dienst!