Het Pensioenakkoord voor werkgevers

Het Pensioenakkoord heeft gevolgen voor alle pensioenen in Nederland. Een groot deel van het Pensioenakkoord heeft betrekking op pensioenfondsen en pensioenregelingen die bij een commerciële verzekeraar zijn ondergebracht. Wat precies de invloed van het Pensioenakkoord is, is onder meer afhankelijk van de huidige pensioenregeling en in hoeverre er een bedrijfstakpensioenfonds- en/of cao-verplichting geldt.

Cao en/of bpf-verplichting

Als u als werkgever verplicht aangesloten bent bij een bedrijfstakpensioenfonds dan bent u beperkt in uw keuzes. Deelname aan de pensioenregeling is namelijk in bepaalde bedrijfstakken verplicht. Dat is zo door de verschillende werkgevers- en werknemersorganisaties afgesproken. Deze organisaties bepalen ook hoe de pensioenregeling in de toekomst aangepast wordt. Als individuele werkgever heeft u geen rechtstreekse invloed op de wijzigingen.

 

Eigen pensioenregeling

Als u niet onder een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds valt, bent u vrijer in uw keuzes. Pensioen is een arbeidsvoorwaarde en dus een afspraak tussen werkgever en werknemer. Voor de aanpassing van de arbeidsvoorwaarde pensioen dient u dan ook in overleg met uw werknemers te gaan. Zowel werkgever als werknemer moet namelijk instemmen met de wijziging van de pensioenregeling.

Bedrijfstakpensioenfonds of vrije sector?

Wat precies de gevolgen van het Pensioenakkoord voor uw organisatie zijn, is afhankelijk van waar u uw pensioenregeling heeft ondergebracht. Bij een bedrijfstakpensioenfonds of bij een commerciële pensioenuitvoerder in de vrije sector?

 

Bedrijfstakpensioenfonds

In dit geval kunt u weinig invloed uitoefenen op de wijzigingen. In het huidige pensioenstelsel betaalt de werkgever voor elke werknemer hetzelfde premiepercentage, onafhankelijk van de leeftijd van de werknemers. Voor jongere werknemers wordt hierdoor te veel premie betaald en voor oudere werknemers juist te weinig. Een deel van de premie voor jongere werknemers gaat naar het pensioen van de oudere werknemers. Deze zogenoemde doorsneepremie wordt in het nieuwe pensioenstelsel afgeschaft. De premie blijft leeftijdsonafhankelijk, maar de opbouw wordt leeftijdsafhankelijk. Een jongere werknemer krijgt, bij inleg van een dezelfde premie een hoger pensioen dan een oudere werknemer. De pensioenpremie wordt voortaan gebruikt voor de opbouw van de desbetreffende werknemer zelf. Jongere generaties betalen hierdoor niet meer mee aan het pensioen van oudere werknemers.

Heeft u uw pensioenregeling bij een pensioenfonds ondergebracht? De sociale partners besluiten hoe de nieuwe pensioenregeling er uit komt te zien. Ook maken zij afspraken over eventuele compensaties en de reeds opgebouwde pensioenaanspraken. Uiterlijk 1 januari 2025 moeten de sociale partners overeenstemming hebben bereikt over de nieuwe pensioenregeling. Zij dienen een transitieplan op te stellen waarin staat hoe de overgang naar de nieuwe pensioenregeling wordt geregeld. Een compensatieregeling voor oudere werknemers zal een prominente plek innemen in het transitieplan. Hier wordt u vanzelf door het pensioenfonds over geïnformeerd.

 

Vrije sector

Indien u uw pensioenregeling bij een commerciële pensioenuitvoerder heeft ondergebracht, is het van belang om u goed te laten informeren over de keuzes die u kunt maken. Vanaf 1 januari 2027 zijn voor nieuwe werknemers alleen nog beschikbare premieregelingen met een leeftijdsonafhankelijke premie toegestaan. Middelloon- en eindloonregelingen zijn vanaf dat moment voor geen enkele werknemer meer toegestaan. Samen met uw pensioenadviseur stelt u een transitieplan op met argumenten en overwegingen aangaande de gemaakte keuzes voor de nieuwe pensioenregeling. Daarnaast is een communicatieplan onderdeel van het transitieplan waarin u opneemt hoe u uw werknemers gaat informeren over de nieuwe pensioenregeling. De gevolgen voor bestaande werknemers zijn groot. Dat maakt de onderhandelingen naar een nieuwe pensioenregeling complex. Voor werknemers waarvoor de overgang nadelig is, volgt mogelijk een compensatie volgen of gelden speciale afspraken.

Heeft u een pensioenregeling bij een commerciële pensioenuitvoerder zoals een verzekeringsmaatschappij of een PPI? Uiteraard sturen zij u een standaard oplossing met de beste bedoelingen. De kans is echter zeer groot dat dit voorstel helemaal niet bij uw wensen of uw bedrijf past. Ga eerst met uw pensioenadviseur in overleg om de verschillende mogelijkheden en gevolgen te bespreken. Vergeet ook niet om hier de ondernemingsraad (OR) bij te betrekken. Op grond van artikel 27 van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) komt de OR instemmingsrecht toe. Heeft u geen OR? Betrek dan de werknemer rechtstreeks in dit traject.

Visie en beleid ontwikkelen

Door het Pensioenakkoord staan veel werkgevers voor een complex vraagstuk. Geldt voor uw bedrijf geen cao- of bpf-verplichting? Dan dient u, eventueel samen met uw OR of personeelsvertegenwoordiging, een drietal belangrijk keuzes te maken.

  • 1. Hoe gaat de pensioenregeling voor bestaande werknemers er in de toekomst uitzien?
  • 2. Hoe gaat de pensioenregeling voor nieuwe werknemers eruit zien?
  • 3. Hoe wordt het nieuwe partner- en wezenpensioen ingevuld dat gaat gelden voor alle werknemers?

 

Om bovenstaande vragen te kunnen beantwoorden, is het verstandig om een visie en beleid te ontwikkelen. Kennis is de belangrijkste pijler om een visie en beleid te bepalen. Laat u daarom informeren en laat uw pensioenadviseur de gevolgen van verschillende opties voor u doorrekenen. Uw pensioenadviseur kan u ook helpen met het opstellen van het transitie- en communicatieplan.

 

Wanneer gaat de wetgeving rond het Pensioenakkoord in?

Begin 2021 is de eerste conceptversie van de wetgeving publiekelijk gemaakt. Naar aanleiding van de reacties op dit concept, bereidt het demissionaire kabinet een wetsvoorstel voor om de huidige wetgeving aan te passen. De verwachting is dat het wetsvoorstel in het voorjaar van 2022 bij de Eerste en Tweede Kamer zal worden ingediend. Als beide Kamers met het wetsvoorstel instemmen, is de verwachting dat de nieuwe regels voor alle pensioenregelingen vanaf 1 januari 2023 gaan gelden. De eerste mijlpaal is 1 januari 2025. Dan moet iedere werkgever een transitieplan hebben opgesteld. Uiterlijk 31 december 2026 moeten alle pensioenregelingen voldoen aan de nieuwe wetgeving. De transitie naar een nieuwe pensioenregeling moet zorgvuldig gebeuren. Voor werknemers waarvoor de overgang nadelig zal zijn, zal mogelijk een compensatie volgen of kunnen er speciale afspraken worden gemaakt.

Twee rekenvoorbeelden

Heeft u een vraag? Wij zijn u graag van dienst!

    Heeft u een vraag? Wij zijn u graag van dienst!